Frisse wind door bollenbedrijf

Inkomen verdienen en verantwoord ondernemen moeten hand in hand gaan, vindt bloembollenteler Wilco van der Hulst. Hij ontwikkelt producten met meerwaarde naar de wens van de klant, maar weet intussen ook zijn ‘ecologische footprint’ sterk te verkleinen.

Wilco van der Hulst is sinds vijf jaar directeur van C.W. van der Hulst Bloembollen B.V. in het Noord-Hollandse ’t Zand. Hij teelt maar liefst ruim 100 hectare onder meer tulpen, narcissen, lelies en krokussen. ‘Een frisse wind’, zo wordt de 36-jarige bedrijfsopvolger genoemd op het formulier waarmee hij is voorgedragen voor de verkiezing Agrarisch Ondernemer. “Voorheen had ik met mijn vader een gedeelde visie, nu ga ik wat meer mijn eigen weg”, verklaart Van der Hulst. “Het is vaak een kwestie van kansen grijpen waar ze zich voordoen.”

Zijn eigen weg bewandelen doet Van der Hulst onder meer door zelf bollen af te zetten, in plaats van de gebruikelijke handel via in- en verkoopbureaus. Hij levert ze aan voornamelijk Nederlandse klanten. Vandaaruit gaan ze naar afnemers in onder meer Azië, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten.

De handel in eigen hand nemen levert belangrijke voordelen op. “Als de lijnen naar je afnemers korter zijn, krijg je meer marktinformatie. Zo kun je weer beter inspelen op de vraag”, zegt hij.

Want ook de bollenteelt vraagt steeds meer om klantgericht handelen, legt de teler uit. “Natuurlijk kun je niet van de een op de andere dag een nieuwe bol leveren, maar de tijd waarin je gewoon maar produceerde en de afname bijna vanzelf ging, is wel voorbij.” Hij richt zich steeds meer op de teelt van ‘eigen’ soorten en zoekt daar vervolgens afzet bij.

Samenwerking

Economische activiteiten moeten ook samengaan met verantwoord telen, vindt hij. Om de middelendruk te verlagen, is hij een bijzonder samenwerkingsverband aangegaan. “Met Pater Broersen B.V., telers van groenten zoals sla, spitskool en boerenkool, heb ik een geïntegreerd teeltplan opgesteld”, legt hij uit.

Door de teelten af te wisselen, verlagen ze de ziektedruk en zijn minder middelen nodig. “Je doorbreekt de populatie van bepaalde ziekteverwekkers door teelten af te wisselen. Bovendien komen we zo tot ruimere vruchtwisselingsschema’s. Voorheen teelden we wel eens tulpen in een rotatie van 1 op 3, dit is tegenwoordig gemiddeld bijna 1 op 5.” Ook bemesting en de teelt van groenbemesters worden in overleg geregeld. Een teelt die aan het schema is toegevoegd, is die van tagetes (Afrikaantjes). “Zo komen we tot een biologische bestrijding van wortellesie-aaltjes.”

De bollenteler is blij met de samenwerking, ook al omdat de grondmarkt steeds minder dynamisch is. Normaal gesproken zou hij al veel verder van huis op zoek moeten naar geschikte grond. “De laatste jaren is veel grond uitgegeven in erfpacht en daardoor wisselt die minder snel van eigenaar of gebruiker”, licht hij toe. De geïntegreerde teelt heeft bovendien als voordeel dat je altijd met grond werkt waar je de geschiedenis van kent, zegt Van der Hulst.

De Noord-Hollander deed vorig jaar een aantal grondtransacties die de ‘ecologische footprint’ van het bedrijf sterk heeft verbeterd. Hij kocht 65 hectare aanliggende grond aan en verkocht 35 hectare die zo’n 10 kilometer verderop lag. Ook 11 hectare verderop gelegen huurland werd afgestoten. Dit leverde een aangesloten huiskavel op met een omvang van 95 hectare. Van der Hulst: “Dit bespaart veel transport, beregening en bespuiting. Ook in management biedt het voordelen omdat het veel overzichtelijker werkt.”

De komende jaren staan voor de bollenteler in het teken van consolideren en optimaliseren. “We gaan niet meer verder uitbreiden, maar de puntjes op de i zetten. Mooie producten ontwikkelen, waarmee we de klanten nog beter kunnen binden. Veel mensen die eenmaal klant zijn, vertrekken niet meer zo snel. Dat is mooi om te zien.”

Bedrijfsgegevens

Wilco van der Hulst
bloembollenteler in ’t Zand (N.H.)

• 43 hectare tulpen
• 41 hectare lelies
• 12 hectare krokussen
• 9 hectare narcissen
• 6 hectare contractteelt voor derden