Pieter Winter, akkerbouw en pluimveehouderij in Giethoorn (Ov.)

Deze circulaire onderneming steunt op vier pijlers: akkerbouw, pluimvee, energieproductie en drogen van restproducten. Intensieve samenwerking met boeren in de regio en met de agro-industrie.

  • 500 ha akkerbouw
  • 115.000 vleeskuikens
  • energieproductie biogas / WKK
  • drogerijen

Pionier in circulaire landbouw

Met zestien werknemers en vier bedrijfstakken is Pieter Winter van Agro Giethoorn een opvallende agrarische ondernemer in Overijssel. Hij is niet alleen akkerbouwer, maar ook pluimveehouder, energieproducent en leverancier van grondstoffen voor hondenvoer.

 

In 1996 nam Pieter Winter (49) het akkerbouwbedrijf van zijn ouders over. Na samenvoeging van twee bedrijven in de Gieterse Polder is Winter anno 2019 een belangrijke ondernemer in de regio met zestien werknemers op de loonlijst.

Het team van Agro Giethoorn runt een bedrijf met vier bedrijfstakken: akkerbouw (500 ha), pluimvee (115.000 vleeskuikens), twee biogasinstallaties en twee drogerijen van agrarische restproducten. “Het team, inclusief mijn vrouw, zijn de kern van dit bedrijf. Iedereen denkt mee, ze zijn loyaal en hebben plezier in het werk.”

Dat laatste, werkplezier, vindt Winter een van de belangrijkste dingen. Het was voor hem ook een van de redenen om het bedrijf te verbreden. “Steeds hetzelfde doen verveelt. Nu is geen dag hetzelfde en dat motiveert. Daarnaast kan ik door die verbreding mijn risico’s spreiden.”

Winter omschrijft zichzelf als een strategisch denker en een verbinder die steeds weer probeert aan te voelen in welke richting de markt zich beweegt. Verder werkt hij graag met mensen samen en heeft hij oog voor duurzaamheid en kwaliteit.

De recente visie van minister Carola Schouten over circulaire landbouw is hem uit het hart gegrepen. “Ons bedrijf is een voorbeeld van het landbouwsysteem waar de minister naartoe wil.”

Hij noemt een voorbeeld. “Wij leveren aardappelen aan de chipsindustrie. Van de verwerker nemen wij restproducten af voor onze biogasinstallatie. Die installatie wekt groene stroom op voor meer dan vijfduizend huishoudens en het eigen bedrijf. Met de restwarmte verwarmen we de pluimveestallen en verhitten we het digestaat dat gedeeltelijk voor eigen gebruik is. De resterende warmte gaat naar de drogerij waar we agrarische restproducten opwaarderen tot ingrediënt voor hondenvoer. Dit is circulaire landbouw in optima forma.”

Een andere kringloop van mineralen en grondstoffen vindt plaats via samenwerking met boeren in de regio. Winter maakt jaarlijks afspraken met veehouders over de levering van maïs en afname van organische mest. Hij ruilt grond met deze boeren waardoor zijn akkerbouwbedrijf een erg ruim bouwplan in de aardappelteelt heeft. Dat is weer goed voor de bodem en hij kan zo het gebruik van bestrijdingsmiddelen verlagen.

Drie jaar geleden heeft Winter de keuze gemaakt om niet alleen meer te produceren voor de wereldmarkt, maar zich te richten op de binnenlandse markt. Via pluimveeslachterij Plukon ligt het vlees nu in de schappen van Albert Heijn onder de naam ‘Hollandse Kip’.

De kuikens leven in dit concept zo’n 14 dagen langer en ze hebben ook meer leefruimte (15 in plaats van 22 dieren per vierkante meter). Winter: “Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen de reguliere kip. Die hebben wij ook jarenlang geproduceerd. Maar als ondernemer moet je een keuze maken; word je producent voor de lokale markt of voor de wereldmarkt?”

Inmiddels is hij bezig met een eigen frietlijn. Voor de verkoop van de voorgebakken verse friet van eigen aardappelen heeft hij al enkele afnemers gevonden. Een lokale brouwer maakt bier (‘Rakker’) van zelf geteelde gerst en hop. “Leuk om te doen, professioneel aangepakt, maar het staat nog in de kinderschoenen.”

Plannen genoeg. Zijn subsidieaanvraag voor plaatsing van 12.000 vierkante meter zonnepanelen is zojuist goedgekeurd (“die liggen er binnen een jaar op”) en hij wil het aantal welzijnsvriendelijke vleeskuikens verdubbelen. Hij heeft ook nog een droom: verwerken van de vloeibare mestfractie tot kunstmest en loosbaar water. “Dat willen en kunnen we. Maar hiervoor is goedkeuring van Brussel nodig.”